Werkend leren

Kenmerken van de werkend leren organisatie

1. De uitstroom naar duurzame arbeid van hun leerlingen is het doel van het onderwijs. Dat is vastgelegd in het beleid van de school en in het schoolwerkplan en dat is ook de verwachtingen die de leerlingen en de ouders hebben van het opleidingsresultaat.

2. De school beschikt over een netwerk van erkende leerbedrijven dat een afspiegeling is van de regionale arbeidsmarkt en dat waarmee de rolverdeling tussen school en bedrijven is vastgelegd. Met elk leerbedrijf wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten waarin alle wederzijdse verwachtingen zijn vastgelegd.

3. De school opereert in een regionaal netwerk van organisaties die belang hebben bij het maatschappelijk resultaat van de doelen van de school zoals gemeentelijke diensten; regionaal georganiseerd bedrijfsleven en verwante scholen. De school legt daarin verantwoording af van haar werkwijze en resultaat.

4. Het personeel van de school is bekwaam om: - de leerlingen te beoordelen op hun arbeidsvermogen en –motivatie; - passende opleidingstrajecten te ontwikkelen of te selecteren; - het opleidingsproces te sturen naar het eindresultaat; - de leermogelijkheden in het bedrijf vast te stellen en optimaal te benutten; - de risico’s die de beperking van de leerling vormen voor een duurzame arbeidsrelatie in beeld te brengen en om maatregelen te nemen of adviezen voor het bedrijf te formuleren om die risico’s te beperken.

5. De processen voor arbeidsoriëntatie en de onderwijsleerprocessen staan alle direct of indirect ten diensten van de te bereiken duurzame arbeidsplaats van de leerling.

6. De programmering van de opleiding naar duurzame arbeid is gebaseerd op de kwalificatiestructuur.

7. Het resultaat dat met de leerling is bereikt wordt vastgelegd in een certificaat waaruit de inzetbaarheid van de leerling in arbeid blijkt. Dat certificaat heeft landelijke herkenbaarheid en geldigheid.

8. Het resultaat van de school is meetbaar in het aantal bereikte duurzame arbeidsplaatsen door de leerlingen van de school.

9. Gedurende langere tijd wordt de leerling gevolgd in zijn arbeid om vast te stellen:

  • Of de plaatsing in arbeid duurzaam is gebleken.
  • Of verdere ontwikkeling van de leerling in arbeidsvermogen heeft plaatsgevonden.
  • Bij uitval, wat de reden daarvan is.

10. De tevredenheid over de samenwerking tussen school en leerbedrijf wordt binnen elke samenwerkingsrelatie vastgesteld.

11. De onderwijsprocessen en de meetgegevens over de uitgestroomde leerlingen en de tevredenheidsmeting leiden tot verbetering van het totale proces.